<> blijf op de hoogte

naam:

email:

captcha
code:

Bedankt

The Vincent Award Room

Het Gemeentemuseum stelt twee keer per jaar een tentoonstelling samen, waarin werk uit de Monique Zajfencollectie wordt gecombineerd met werk uit de eigen collectie. Deze tentoonstellingen zijn te zien in de speciaal daartoe ingerichte The Vincent Award Room.

Weischer (1973, Rheine, Duitsland) is een van de meest in het oog springende vertegenwoordigers van de hedendaagse Duitse schilderkunst. Zijn werk bevindt zich zowel in de Monique Zajfencollectie als de collectie schilderkunst van het Gemeentemuseum. Samen illustreren deze werken de ontwikkeling die Weischer recent in zijn werk heeft doorgemaakt.

Matthias Weischer maakte in het begin van zijn carrière deel uit van de beroemde Neue Leipziger Schule: kunstenaars die tot deze groep worden gerekend, zoals Neo Rauch, David Schnell en Martin Kobe, vallen vooral op door hun schilderijen met een theatraal karakter op groot formaat doek. Zijn vroege werken tonen verweerde interieurs en vergeten ateliers, waar de tijd heeft stilgestaan. De werken maken nieuwsgierig naar het achterliggende verhaal en roepen associaties op met het eigen verleden of met foto’s van vervlogen tijden. Weischers werken uit 2006 en 2007 uit de Monique Zajfen Collection illustreren deze vroege periode in zijn werk.

Na 2007 gaat Weischer vrijer, intuïtiever en spontaner schilderen en zijn werken worden kleiner en poëtischer. Grote hoeveelheden aan objecten maken plaats voor, bijvoorbeeld, een enkele boomstam, een kleed of schedel. De gebruikte kleuren doen denken aan Italiaanse fresco’s. Het schilderij Paneele uit de collectie van het Gemeentemuseum illustreert deze ontwikkeling. Hij begon in 2006 aan dit doek, maar voltooide het pas in 2008. Na 2008 schildert Weischer nog af en toe grote, semi-ornamentele voorstellingen van interieurs, parken of tuinen. Hij durft echter steeds meer herkenbare elementen weg te laten. Volledig abstract wordt het echter nooit.

In 2011 ontdekte Weischer de techniek van pulp painting, waarbij hij werkt met geraffineerde pulp die hij vooraf verft in verschillende kleuren. Dit brengt hij met behulp van grote pipetten aan op een papieren ondergrond. Weischer begon met deze techniek te experimenteren in samenwerking met Gangolf Ulbricht (Berlijn) en Sue Gosin (New York), soms in combinatie met andere technieken zoals zeefdruk. Pulp painting dwingt hem snel te werken en er is weinig ruimte voor correctie. De pulp painting ‘Booth’ (2013) uit de Gemeentemuseum collectie illustreert deze ontwikkeling.

Weischer (1973, Rheine, Duitsland) is een van de meest in het oog springende vertegenwoordigers van de hedendaagse Duitse schilderkunst. Zijn werk bevindt zich zowel in de Monique Zajfencollectie als de collectie schilderkunst van het Gemeentemuseum.... meer >

Damien Hirst, in dialoog met Rodolphe Bresdin en Odilon Redon

Damien Hirst (1965) heeft niet alleen een fascinatie voor de dood. Hij put voor zijn werk ook graag inspiratie uit klassieke thema’s en voorbeelden uit de kunstgeschiedenis. Aan de hand van het zware thema Memento Mori – de Latijnse uitdrukking voor ‘gedenk te sterven’ – gaat een serie van zijn etsen, uit de collectie van The Monique Zajfen Collection, met als titel Memento (2008) een dialoog aan met werken van Rodolphe Bresdin (1822-1885) en zijn leerling Odilon Redon (1840-1916) uit de collectie van het Gemeentemuseum.

Bresdin en Redon zagen de dood als een ongrijpbaar mysterie, terwijl het thema bij Hirst veel minder dreigend en waarschuwend aanwezig is. De voortdurende nabijheid van de dood en de betrekkelijkheid van het aardse: wie kunstwerken door de eeuwen heen bekijkt, ziet het thema Memento Mori met grote regelmaat terug. Vooral in de zeventiende eeuw werden er veel schilderijen gemaakt over de leegheid van het aardse leven. Niet alleen schedels staan voor deze symboliek, maar bijvoorbeeld ook verwelkte bloemen, klokken of gedoofde kaarsen. Maar ook in de eeuwen die volgden, is dit thema een grote inspiratiebron gebleken.

De met diamanten bezette schedel For the Love of God (2007) is een iconisch werk van Damien Hirst. Voordat hij deze heeft gerealiseerd, heeft hij een serie schetsen gemaakt. Op een van deze schetsen schreef hij de titel Death Explained. Hij toont vergankelijkheid op een meer klinische wijze, waarin verval geen angst of berusting voor de dood oproept. De schedels die zijn afgebeeld in Hirst’s etsen Memento herinneren aan de dood, ze geven een laatste beeltenis van een gezicht. De vlinders in staan door hun korte levensduur symbool voor de vergankelijkheid. Hirst kiest voor vlinders omdat ze aan herschepping refereren. De kleurrijke, gespreide vleugels begeleiden de schedels in een regelmatig patroon dat oneindigheid suggereert.

Bresdin was een Franse tekenaar, lithograaf en graveur. Zijn etsen en tekeningen kenmerken zich door gedetailleerde en technische precisie. Zijn leerling Redon, een symbolist, toont zijn innerlijke gevoel aan de hand van dromerige voorstellingen en imaginaire schepsels. Voor deze tentoonstelling is een aantal prenten van Bresdin en Redon met de dood als centraal thema geselecteerd. Door hun macabere en morbide sfeer roepen ze beelden op die doen denken aan nachtmerries. Door deze werken in dezelfde ruimte onder te brengen als de etsen van Damien Hirst ontstaat een verrassende en spannende confrontatie.

Damien Hirst, in dialoog met Rodolphe Bresdin en Odilon Redon Damien Hirst (1965) heeft niet alleen een fascinatie voor de dood. Hij put voor zijn werk ook graag inspiratie uit klassieke thema’s en voorbeelden uit... meer >

Volle en ronde heupen, kleine borsten, roomblanke huid en een weelderige bos haar. In de zestiende eeuw was dit het toonbeeld van de ideale vrouw. Het vrouwelijk naakt is binnen de kunstgeschiedenis een steeds terugkerend onderwerp. Hoe de eigentijdse kunst met dit thema omgaat is te zien in de tentoonstelling Ontbloot, waarbij werken afkomstig uit The Monique Zajfen Collection gecombineerd zijn met collectiestukken van het Gemeentemuseum Den Haag. In tegenstelling tot het traditionele, geïdealiseerde naakt zijn de werken expliciet, surrealistisch soms zelfs angstaanjagend.

Op het eerste gezicht ogen de tekeningen en werken op papier in Ontbloot pornografisch. Opvallend is echter dat het niet zozeer om de fysieke aantrekkelijkheid van de geportretteerde vrouwen gaat, maar eerder om hun gemoedstoestand. Er worden verhalen gesuggereerd, gefluisterd. Deze zijn kwetsbaar, dromerig, maar ook sinister en verontrustend. De kleur, schilderwijze en omgeving waarin de naakten zijn geplaatst, dragen bij aan de onwerkelijke en desolate stemming. Met werk van Lisa Yuskavage, Michael Kirkham, Martin Eder, Mike Kelley en George Condo.

Volle en ronde heupen, kleine borsten, roomblanke huid en een weelderige bos haar. In de zestiende eeuw was dit het toonbeeld van de ideale vrouw. Het vrouwelijk naakt is binnen de kunstgeschiedenis een steeds terugkerend... meer >

In de tentoonstelling In the Picture komen schilders aan bod, waarbij fotografie het vertrekpunt is. Vanaf haar opkomst in de negentiende eeuw biedt fotografie nieuwe mogelijkheden voor kunstenaars. Fotografie kan dienen als technisch hulpmiddel en helpt kunstenaars om op een andere manier te kijken naar de wereld om hen heen. Zo kunnen kunstenaars bijvoorbeeld experimenteren met compositie, uitsnede, kleur en lichtval. Het fotografische beeld verplaatst zich naar het doek en wordt zo door de kunstenaar bewust in een andere context gebracht.

Het zijn voornamelijk hedendaagse kunstenaars die in de tentoonstelling aan bod komen, maar George Hendrik Breitner (1857-1923), één van de eerste kunstenaars die veelvuldig met fotografie werkte, wordt niet overgeslagen. Breitner gebruikte zijn eigen foto’s als bron voor zijn schilderijen. Deze foto’s functioneerden voor hem als schets, hulpmiddel en geheugensteun. Breitner was altijd terughoudend in de informatie die hij gaf over het gebruik van fotografie voor zijn schilderkunst, uit angst voor kritiek.

Vanaf eind jaren vijftig gebruiken pop art kunstenaars zoals Andy Warhol (1928-1987) bestaande afbeeldingen uit kranten, advertenties en andere visuele media in hun werk. In tegenstelling tot Breitner zijn zij hier open over. Fotografie is niet alleen meer een hulpmiddel, maar wordt een geïntegreerd onderdeel van het kunstwerk. De schilders in deze tentoonstelling kiezen hun beelden uit de media en historische bronnen, vinden ze online of gebruiken zelfgemaakte snapshots, waarna zij deze op hun eigen manier verwerken of manipuleren. Zo was een foto met een actueel politiek thema voor Marlene Dumas (1953) en Rob Birza (1962) de basis voor het werk dat te zien is in de tentoonstelling. Tjebbe Beekman (1972) koos een afbeelding uit de stedelijke omgeving en Natasja Kensmil (1973) baseerde haar schilderij op een historische ansichtkaart.

Daniel Richter (1962) combineert beelden uit de massamedia, popcultuur en (kunst)geschiedenis combineert tot nieuwe onconventionele en verhalende scènes. De foto’s uit de massamedia die Richter hiervoor selecteert hebben volgens hem een iconische kwaliteit en zeggen iets over onze maatschappij. Ook experimenteert hij met verschillende vormen van belichting en beeldmanipulatie. Figuren in zijn werk lijken daardoor ‘doorgelicht’ met een röntgen- of warmtebeeldcamera. Ook Wilhelm Sasnal gebruikt zeer gevarieerd bronnenmateriaal, waaronder krantenfoto’s, film- en televisiestills, prentenboeken, stripverhalen en reproducties van oude meesters. Zelfs de snapshots uit zijn privéleven die hij met zijn telefoon maakt zijn soms een uitgangspunt voor zijn schilderijen.

In de tentoonstelling In the Picture komen schilders aan bod, waarbij fotografie het vertrekpunt is. Vanaf haar opkomst in de negentiende eeuw biedt fotografie nieuwe mogelijkheden voor kunstenaars. Fotografie kan dienen als technisch hulpmiddel en... meer >

Lange gangen, rommelige ateliers en verlaten kamers. Verstilde interieurs staan centraal in de nieuwste presentatie in The Vincent Award Room, waarbij werken afkomstig uit The Monique Zajfen Collection gecombineerd worden met collectiestukken van het Gemeentemuseum Den Haag. De geportretteerde interieurs van 19de-eeuwse meesters als Toorop en Weissenbruch en die van hedendaagse kunstenaars zoals Matthias Weischer zijn wonderlijke stillevens: het is doodstil in de kamers, het verhaal en de personages ontbreken.

Het lege interieur als thema
Het interieur dient in de schilderkunst vaak als decor; als achtergrond voor genretaferelen, mythologische verhalen of historische gebeurtenissen. Toch is ook het lege interieur al sinds eeuwen een geliefd thema. In de 19de eeuw kiezen schilders regelmatig hun eigen werkruimte als onderwerp. Geïnspireerd door 17de-eeuwse atelierscènes schilderen zij zorgvuldig gecomponeerde stillevens van tafels, penselen, lijsten en schildersezels, of stoffige ruimtes met rekwisieten als doodshoofden en vaaswerk. Bij gebrek aan narratief of personages lijkt het interieur zelf karakter te krijgen. Moderne en hedendaagse kunstenaars gaan hierin een stap verder. De vroege schilderijen van verweerde kamers en vergeten ateliers van de Duitse kunstenaar Matthias Weischer wekken associaties op met tijden van weleer en refereren daarmee aan onze herinneringen. In zijn zoektocht naar een manier om de innerlijke ruimte zelf te verbeelden, laat Weischer meer en meer elementen weg. Zijn ‘Resonanzräume’, ruimtes voor reflectie, worden echter nooit volledig abstract. De presentatie bestaat uit 12 werken van Jan Toorop, Gino Severini, Dirk Hidde Nijland, Johannes Bosboom ,Jan Weissenbruch, Frans Zwartjes, George Hendrik Breitner, Matthias Weischer en Lilian Kreutzberger.

The Vincent Award
The Vincent Award is een van de belangrijkste prijzen voor hedendaagse kunst. De prijs eert een mid-career Europese kunstenaar met een aanzienlijke invloed op de ontwikkeling van de internationale beeldende kunst. The Vincent Award wil bovendien communicatie in een vrij, verenigd en vreedzaam Europa bevorderen. In 2000 richt de Broere Charitable Foundation The Vincent Award op, ter nagedachtenis aan Monique Zajfen, een geliefde vriendin van de Broere familie en voormalig galeriehoudster van Galerie 121 in Antwerpen. Haar betrokkenheid bij en passie voor de hedendaagse kunst inspireerde de Broere Charitable Foundation tot deze prijs en de wens talentvolle kunstenaars uit Europa te stimuleren. Sinds 2014 organiseert het Gemeentemuseum Den Haag de prijs. Eija-Liisa Ahtila (2000), Neo Rauch (2002), Pawel Althamer (2004), Wilhelm Sasnal (2006), Deimantas Narkevičius (2008) en Anri Sala (2014) mochten de prijs tot nu toe in ontvangst nemen. Dit jaar zijn Nairy Baghramian (Iran, woont en werk in Berlijn), Manon de Boer (Nederland, woont en werkt in Brussel), João Maria Gusmão + Pedro Paiva (Portugal), Jutta Koether (Duitsland) en Slavs and Tatars (opgericht in Eurazië , gevestigd in Berlijn) genomineerd. De kunstenaars presenteren hun werk vanaf 24 september 2016 in de tentoonstelling The Vincent Award 2016; op 17 november 2016 wordt bekend wie de winnaar is en de geldprijs van €50.000 wint.

Monique Zajfen Collectie
Het Gemeentemuseum Den Haag heeft een duurzame samenwerking met de Broere Charitable Foundation. Onderdeel daarvan is dat het museum de Monique Zajfen Collection in bruikleen krijgt. Dit is een belangrijke Nederlandse privécollectie hedendaagse kunst, met werken van vier eerdere winnaars van The Vincent Award en kunstenaars als Marlene Dumas, Luc Tuymans, Thomas Schütte en Stephan Balkenhol. In The Vincent Award Room in het Gemeentemuseum zijn doorlopend tentoonstellingen met werk uit de Monique Zajfencollectie te zien.

Lange gangen, rommelige ateliers en verlaten kamers. Verstilde interieurs staan centraal in de nieuwste presentatie in The Vincent Award Room, waarbij werken afkomstig uit The Monique Zajfen Collection gecombineerd worden met collectiestukken van het Gemeentemuseum... meer >

Hoe schildert Piet Mondriaan een van de populairste, religieuze voorstellingen in de oude schilderkunst? Wat heeft James Ensor met de figuur van Christus? De tentoonstelling (Bij)geloof biedt verrassende inzichten in het thema geloof en bijgeloof in de moderne en hedendaagse kunst. In The Vincent Award Room gaan elf werken de confrontatie met elkaar aan over religie, natuurkracht, esoterie, mystiek, rituelen, spiritualiteit en magie.

Wie kunstwerken door de eeuwen heen bekijkt, ziet het thema geloof en bijgeloof met grote regelmaat terug. Al dan niet gestoeld op een godsdienst, verbeelden kunstenaars hogere krachten die zin en betekenis zouden geven aan het aardse bestaan. De nieuwe presentatie in The Vincent Award Room is een uitnodiging om op zoek te gaan naar overeenkomsten en verschillen in symboliek, compositie en ideeën.

Natuurkracht en levensbeschouwing

In Anka in Tokyo (2006) verbeeldt de Poolse kunstenaar Wilhelm Sasnal (1972) de onbedwingbare kracht van de natuur. Het schilderij toont op de voorgrond een menselijk silhouet die een alles verwoestende vloedgolf gadeslaat. In de bijbel worden dergelijke natuurrampen vaak geïnterpreteerd als een straf van God. Of deze tsunami de straf is die volgt op de zonde, laat Sasnal over aan het oordeel van de toeschouwer.

Het werk van de Belgische schilder, etser en tekenaar James Ensor (1860-1949) getuigt van een artistieke interesse in religieuze onderwerpen. Door zichzelf af te beelden als Christus figuur op de ets De intocht van Christus te Brussel, vergelijkt hij impliciet zijn eigen, moeizame kunstenaarspraktijk met het lijden van Christus. Op een geheel andere manier geeft Tokyo, 1964/Dijon, 1996 uitdrukking aan de persoonlijke beleving van de maker: de Nederlandse kunstenaar Daan van Golden (1936). In 1963 en 1964 woonde en werkte Van Golden in Japan, alwaar hij in contact kwam met Oosterse levensbeschouwingen. Het getoonde bloemenmotief is met minutieuze ijver en op meditatieve wijze geschilderd; een kunstwerk om zen van te worden.

Mondriaan

De traditioneel religieuze noot in (Bij)geloof komt uit onverwachte hoek: de Copie naar de Pietà van Villeneuve-Lès-Avignon door Enguerrand Quarton schilderde Piet Mondriaan (1872-1944) in 1921 in opdracht van kunstverzamelaar Marie Tak van Poortvliet. Het origineel werd als een spiritueel hoogtepunt van de vroege Franse kunst beschouwd. Mondriaan was zijn hele leven geïnspireerd door de theosofie en gaf ook zijn latere, abstracte werk een spirituele dimensie mee.

Verder is er werk te zien van onder anderen Marlene Dumas, Odilon Redon, Jacoba van Heemskerck, Erich Wichmann en Karel Appel.

Monique Zajfen Collectie & The Vincent Award Room

De Monique Zajfen Collectie is de collectie hedendaagse kunst van De Broere Charitable Foundation en bevat werk van kunstenaars als Marlene Dumas, Luc Tuymans, Thomas Schütte en Stephan Balkenhol. De basis voor deze collectie bestaat uit aankopen van werken van winnaars van The Vincent Award, een tweejaarlijkse prijs voor Europese hedendaagse kunst. The Vincent Award is in 2000 opgericht door De Broere Charitable Foundation, ter nagedachtenis aan Monique Zajfen, een geliefde vriendin van de Broere-familie en voormalig eigenaar van Galerie 121 in Antwerpen. Haar betrokkenheid bij en passie voor de hedendaagse kunst inspireerde de Broere Charitable Foundation tot deze prijs en de wens talentvolle kunstenaars uit Europa te stimuleren.

Sinds 2014 heeft het Gemeentemuseum de Monique Zajfen Collectie in langdurige bruikleen. Twee keer per jaar stelt het museum een tentoonstelling samen waarin werk uit deze collectie wordt gecombineerd met werk uit de eigen collectie. Deze tentoonstellingen zijn te zien in de speciaal daartoe ingerichte zaal: The Vincent Award Room.

Hoe schildert Piet Mondriaan een van de populairste, religieuze voorstellingen in de oude schilderkunst? Wat heeft James Ensor met de figuur van Christus? De tentoonstelling (Bij)geloof biedt verrassende inzichten in het thema geloof en bijgeloof... meer >
Image Image Image
dummy